Een paar woont al een jaar of acht samen, ze hebben een dochter van 2 jaar. Op het moment dat ze bij mij komen, wonen ze tijdelijk apart. Ze vragen zich af of ze definitief uit elkaar zullen gaan. Ze hebben regelmatig hooglopende ruzies over praktische zaken. Tijdens de gesprekken blijkt dat ze nog van elkaar houden, maar dat het lastig is dat nog te voelen en vorm te geven tussen de ruzies door. Als we onderzoeken wat er speelt, blijkt dat ze elkaar willen veranderen. We werken eraan om dat op te geven. Liefde betekent dat je de wens opgeeft om de ander te willen veranderen. Ze leren hoe ze kunnen zeggen wat ze willen. Ze leren ook hoe ze zich kunnen inzetten voor gezamenlijkheid. Ze bijten zich niet langer vast in hun frustraties maar erkennen die als een deel van de relatie. Er ontstaat ruimte voor verzoening en uiteindelijk gaan ze weer samenwonen.